Oezbekistan

Algemeen en Samarkand 

Onbekend maakt onbemind, of misschien moet ik het wel omdraaien: (alleen) bekend maakt bemind. Want Oezbekistan is land om door velen bemind te worden, zo bijzonder is het, maar in de praktijk zijn er weinig mensen die enthousiast worden voor dit land. De reden: ze kennen het niet. Weinig mensen hebben een idee wat voor land het is of waar het ligt. En belangrijker nog: wat het te bieden heeft. Want dat is heel veel en heel speciaal.                   

Oezbekistan is een van de Zijderoutelanden van Centraal-Azië en reizen naar deze landen was tot voor kort niet zo heel gebruikelijk. De Zijderoute is de route die vroeger genomen werd om van China naar Europa te komen en omgekeerd. Er werd gehandeld in zijde en allerlei andere zaken die hier niet te krijgen waren, zoals satijn, robijnen, diamanten, parels en porselein. De landen die langs die route liggen, worden de Zijderoutelanden genoemd. Oezbekistan is er één van. De onbekendheid van Oezbekistan en zijn buurlanden begint te veranderen.                        

In Oezbekistan zul je weinig natuurschoon aantre en (op het bergachtige oosten na), of je moet van dorre halfwoestijn houden. Het is een heet en droog land, en in de winter is het er behoorlijk koud. Naar dit land ga je voor de cultuur, de rijke geschiedenis, de Islamitische bouwkunst, de grootsheid en de veelheid daarvan, de sprookjesachtige steden, de vriendelijke mensen. Het is bovendien een rustig en veilig land waar je je ontspannen zult voelen en waar de sfeer goed is en de mensen aardig. Ik ken eigenlijk geen mensen (en ik kan het me ook niet voorstellen) die niet onder de indruk zullen zijn van al de pracht en praal die de steden te bieden hebben. Wij zijn behoorlijk onder de indruk wat wij tijdens onze reis van twee weken gezien en meegemaakt hebben.                                                                                                                                    

Oezbekistan ligt op een belangrijk kruispunt: naar het oosten toe China, naar het westen toe Iran en nog verder ligt Turkije, naar het noorden toe Rusland en naar het zuiden toe India. Preciezer gezegd ligt het tussen de landen Kyrgyzstan, Turkmenistan, Afghanistan, Kazachstan en Tadzjikistan in. Op Afghanistan na allemaal Zijderoutelanden en ooit onderdeel van de Sovjet Unie. Het land is ruim tienmaal zo groot als Nederland. Er wonen 38 miljoen mensen en de bevolking is een van de hardst groeiende ter wereld.   Het land is lange tijd een Sovjetrepubliek geweest. Na het uiteenvallen in 1991 van de Sovjet-Unie ging Oezbekistan verder als onafhankelijk land onder president Islam Karimov. Voor Oezbekistan veranderde er wat dat betreft niet veel omdat Karimov al president was vanaf 1990. In 2016 overleed de dictator Karimov; hij werd opgevolgd door Shavkat Mirziyoyev. Langzaam begint het land zijn eigen identiteit te ontwikkelen en weet het zich economisch op te werken.                                  

In Oezbekistan vind je prachtige oosterse architectuur, kleurrijke bazaars en theehuizen, rondzwervende nomaden, en lege weidse landschappen. Je reist door een deel van de wereld dat op zoek is naar een nieuwe identiteit na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Toerisme wordt dan ook gezien als een welkome inspiratiebron voor de innemende islamitische bevolking. Reizen in Oezbekistan is een avontuur door een land dat weinig mensen nog met eigen ogen gezien hebben.Je kunt dit het nog niet ontdekte hart van Azië noemen. Hoogtepunten  van het land zijn de steden Samarkand, Buchara (Boxoro), Khiva en Tasjkent. De hoofdstad Tasjkent was ooit de vierde stad van de Sovjet Unie, na Moskou, St.Petersburg en Kiev. De stad ademt nog altijd een Russische sfeer uit.                               

Oezbekistan is ontstaan in de Sovjettijd door een aantal, vooral rechte, lijnen te trekken. Stalin zou een verdeel-en-heerspolitiek nastreven. De grenzen gingen dan ook recht door verschillende etnische volkeren. Vooral de Oezbeken en Tadzjieken werden daardoor verspreid over deze twee landen en een deel van de Oezbeken kwam ook in Kirgizstan terecht. Daardoor zijn er nogal eens etnische spanningen geweest, onder andere in Osh in Kirgizstan, dichtbij de grens met Oezbekistan. In het noorden van Oezbekistan wonen weer relatief veel mensen uit Kazachstan, het enorme land ten noorden van Oezbekistan.                                      

In Oezbekistan komen daardoor verschillende talen voor: Oezbeeks, de officiële taal, behorend tot de Turkse taalgroep. Daarnaast spreken veel mensen Tadzjiek, dat gerelateerd is aan het Farsi uit Iran. En door de vroegere Russische overheersing, toen Russisch verplicht was als o ciële taal, spreken nog heel veel mensen deze taal. Een  bonte mengeling dus.

Het land grenst nergens aan zee. Er heerst dan ook een landklimaat. In de winter kan het ink koud zijn en valt er wat sneeuw. Maar heel veel is dat niet en buiten de winter valt er sowieso weinig neerslag. De zomers kunnen ronduit heet zijn met temperaturen die geregeld oplopen tot boven de 40 ºC. Overigens zijn er streken waar het zomers beter vertoeven is. Met name in de berggebieden in het oosten zijn de zomerse temperaturen vaak een stuk aangenamer. Om die reden gaan Oezbeken in de vrije tijd naar de bergen om er verkoeling te zoeken en te genieten van een uitgebreide picknick.  Het land is rijk aan grondsto en, zoals aardgas, steenkool, koper, goud en verschillende mineralen. Betrekkelijk veel mensen zijn nog afhankelijk van de landbouw: groente, fruit, zijde, wijn.       

Oezbekistan is de tweede grote katoenproducent van de wereld. Hierbij is veel water nodig, en de Sovjets meenden dit water te moeten onttrekken aan het destijds enorme Aralmeer ten behoeve van een steeds grotere katoenproductie. Stalin wilde de katoenproduktie fors opvoeren en meende in het leegzuigen van dit enorme meer (enkele malen Nederland) de oplossing gevonden te hebben. De irrigatie heeft dit meer gedecimeerd. Het achterblijvende water is steeds zouter geworden en bevat veel landbouwgif. De visserij is er voor een groot deel onmogelijk geworden. Er liggen nu nog twee kleine meertjes, een fractie van wat het ooit was. Mensen werden ziek (het werd hier onleefbaar) en/of trokken weg uit dit landsdeel (Karakalpakstan). Een ecologische ramp van de eerste orde, met dank aan de hebzucht van de Sovjets. Door een slechte verdeling van de welvaart leeft een belangrijk deel van de bevolking onder de armoedegrens. De situatie verbetert langzaam.                    

Dit was een tipje van de sluier opgelicht, die over Oezbekistan ligt. De eerste stad die we bezoeken is de op één na grootste stad van het land, Samarkand. We vliegen er naar toe met een overstap in Istanbul. Beide vluchten duren ruim 3,5 uur, zodat je in totaal 7 uur moet  vliegen om in Oezbekistan te komen.                     

Samarkand 

Net als de handelaren uit het westen en het verre oosten wordt deze adembenemende stad vereerd door dichters en toneelschrijvers, en tegenwoordig door de toeristen. Veel bezoekers staan versteld van de majestueuze grandeur van Samarkand en dat zal bij ons niet anders zijn. Kleine kans dat je onbewogen blijft onder al de pracht en praal die de steden te bieden hebben. Samarkand noemt zich niet zonder trots ‘World cultural tourism capital’. Misschien wat overdreven maar het laat zien hoe veel de inwoners om hun stad geven. De stad oogt keurig, netjes, opgeruimd. Nergens gra ti of rommel op straat. Er is veel groen en daartussen zijn de culturele schatten te vinden. De toerist of bezoeker voelt zich hier heel welkom. De stad heeft ruim 600.000 inwoners. De meeste inwoners zijn Tadjzieken. Tadjzikistan ligt niet zo heel ver van Samarkand. Iets dergelijks vind je ook in het noorden. Verreweg de meeste mensen zijn daar Kazachen. Kazachstan ligt er juist vlakbij. We rijden door de schone, redelijk modern ogende stad, die net wakker aan het worden is. Het is vijf uur als we aankomen en we pakken eerst een paar uren slaap. Daarna gaan we de stad in.                                                                                           

Het bekendst in Samarkand is ongetwijfeld Registan, een groot plein dat door sommigen als het mooiste plein ter wereld wordt beschouwd  met fraaie, goed bewaarde madrassa’s (Koranscholen), waarvan veel ruimtes nu zijn ingericht als souvenirwinkeltjes. Kleine ruimtes die vroeger dienden als slaapplaatsen voor    studenten van de Koranschool  herbergen nu allerlei fraaie en minder fraaie hebbedingetjes. Dit complex wordt door velen gezien als het mooiste complex van Koranscholen in de islamitische wereld. Ook van binnen zijn de drie Koranscholen een lust voor het oog. Als wij er ’s morgensvroeg komen, is het gelukkig nog rustig. We kunnen ongestoord genieten van alle pracht en praal. Dat zal die avond wel anders zijn. 

Het is een absolute must om met zonsondergang op het plein te zijn om samen met de lokale bevolking van de laatste zonnestralen te genieten en daarna van de prachtige lichtshow. Een ervaring die, wat ons betreft, zijn weerga niet kent. De oudste madrassa is de Ulughbek Madrassa uit de vijftiende eeuw. De andere twee, de Sher Dor Madrassa en de Tilla Kari Madrassa, zijn gebouwd in de zeventiende eeuw. Ulughbek was de kleinzoon van Timur Lenk. Hij was heerser over zijn rijk maar ook een belangrijk astronoom en wiskundige. In Samarkand liet hij een enorm observatorium bouwen.  Vanaf het Registanplein begint onze wandeling door oud Samarkand. De stad is ruim opgezet en we wandelen over een rustig groen traject, dat speciaal is opgezet om de belangrijkste attracties op een gemakkelijke manier met elkaar te verbinden, zodat de toeristen al kuierend alles rustig kunnen bekijken. Geen verkeer, geen geraas, gewoon ontspannen wandelen.                                                                                                   

Niet ver van het Registanplein brengen we een bezoek aan Gur-e Emir, het paleisachtige mausoleum dat de laatste rustplaats is van de machtige Timoer Lenk en twee van zijn zonen. De weelderige ornamenten en de historische betekenis van deze plek raken ons, en we zijn getuige van de erfenis van deze iconische heerser uit de geschiedenis van Centraal-Azië. Met de afsplitsing van Oezbekistan van de voormalige Sovjet Unie, 34 jaar geleden, is Timoer naar voren geschoven als de 'Vader des Vaderlands'. Lenin of Stalin hadden afgedaan. Je komt Timoer eigenlijk overal tegen en hij is zeer populair in dit land. Veel van de bouwwerken die je hier kunt zien zijn van zijn hand of stammen in ieder geval uit zijn tijd. 

Toch heeft deze Oezbeekse held een bloederige reputatie: hij was een wreed heerser. Hoewel hij ook al in Shakhrisabz een mausoleum voor zichzelf had laten bouwen ligt Timoer Lenk hier begraven samen met zijn kleinzoon Ulughbek. Zijn sto elijk overschot bevindt zich in een groene stenen kist. Op het graf van Timoer Lenk  stond geschreven: ‘Wie dit opent zal worden verslagen door een vijand erger dan ik.’ De Russische antropoloog Mikhail Gerasimov trok er zich niets van aan en opende het graf. Het resullaat was dat de volgende dag de Duitse troepen Rusland binnenvielen.

Zoals gezegd wordt Timoer in Oezbekistan als een held beschouwd. Onder zijn bewind kende Oezbekistan een grote bloei en macht. Timoer Lenk werd geboren in Kesh, dat tegenwoordig bekendstaat als Sjahrisabz (omgeving van Samarkand). Hoewel hij Turkse wortels had, probeerde hij de vroegere macht van de Mongolen te herstellen. Timoer was heel zijn leven voornamelijk op oorlogspad en bleef zelden langer dan een paar jaar op dezelfde plaats. Hij wist een nieuw rijk te creëren op de fundamenten van het ineengestorte Mongoolse Rijk. Hij was een militair genie en verloor geen enkele veldslag nadat hij in 1370 volledig aan de macht was gekomen Hij zette echter nooit een e ectief opererende regering neer in de veroverde gebieden. Daardoor ontstond er in die gebieden snel weer onrust en opstand. Timoer moest deze gebieden dan weer opnieuw veroveren. Meestal ging dit gepaard met grote wreedheden, zoals het bouwen van torens met afgehakte hoofden.                                             

Timoer werd daardoor van China tot West-Europa berucht en gevreesd. Gedurende zijn constante oorlogsvoering zijn miljoenen mensen om het leven gekomen en raakten hele regio’s ontvolkt. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7 miljoen tot 20 miljoen. Centraal-Azie heeft wat dat betreft sowieso een roerige geschiedenis: 150 jaar eerder heerste Dzjengis Kahn hier, een wrede Mongoolse heerser die een wereldrijk wist op te bouwen, dat zich uitstrekte van China tot aan de Balkan. Ook in de jaren van Kahn is er bijzonder veel bloed gevloeid in deze streken. Het mausoleum van Timoer Lenk bezoeken is zeker een must-do. Het maakt indruk te weten dat de grote heerser hier ligt.                                                    

We brengen verder een uitgebreid bezoek aan de schilderachtige Bibi-Khanum-moskee, een meesterwerk dat tussen 1399 en 1405 werd gebouwd ter ere van de favoriete vrouw uit de harem van Timoer Lenk, de Chinese Bibi Khanum. De moskee is een opvallend voorbeeld van islamitische architectuur met zijn prachtige details en grootsheid. De Bibi Khanum maakt een enorme indruk op ons, en moet dit op iedere bezoeker maken. Het is onvoorstelbaar groot en mooi hier. Het is bijna een stad in een stad.                                            

Naast de Bibi Khanum Moskee is er nog een groot aantal bezienswaardigheden in Samarkand, We noemen de Siyub Bazaar met de drukte en kleur die je van een bazar mag verwachten, Hazrat Khizr Moskee (origineel dateert uit de 7e eeuw maar is in de tweede helft van de 19e eeuw volledig gerestaureerd), Kazi Zade Rumi mausoleum (Kazi Zade Rumi was een astronoom en wetnschapper uit de 16e eeuw) en Mauzoley Amira Burunduka. Het verveelt niet, want hoewel het op het oog allemaal op elkaar lijkt, is dit zeker niet zo en is ieder object weer een nieuwe verrassing.                                          

’s Avonds rond half negen is het inmiddels zo donker geworden, dat de lichten aan kunnen. Ook bij het Registanplein. Het Registan dat we die ochtend al bezocht hebben is een wereldwonder op zich (vreemd dat dit niet tot één van de wereldwonderen gekozen is, maar de Oezbeekse lobby zal niet sterk genoeg geweest zijn, of is er gewoon niet eens geweest). Dit is echt iconisch en heeft op ons dezelfde impact als de andere beroemdste plekken van de wereld. Het plein lijkt nu nog groter door de enorme mensenmassa: vooraan staat iedereen, maar op de trappen naar achteren zitten de mensen. Als je het plein vanaf een afstandje overziet, zie je een enorme massa mieren in een sprookje uit 1001 nacht. Het is een zwoele avond, de sfeer is bijzonder goed. Er wordt een lichtspel opgevoerd, waar wij niet veel van begrijpen. Maar de steeds veranderende belichting en kleuren op de gebouwen zijn sprookjesachtig mooi. Al met al een belevenis waar we bijzonder van genoten en die absoluut niet te missen is in deze stad.      

Yurt camp   Samarkand - Aydarkul meer - Kyzylkum woestijn (260 km) 

We rijden de volgende dag de stad uit en passeren een groen, vruchtbaar landbouwgebied en zelfs wat industrie, aan weerszijden van de Zeravshan rivier. Buiten deze strook is het woestijn. Het is ruim 250 km naar de plek in de grote Kyzulkum woestijn, waar we de komende nacht gaan doorbrengen. Woestijn is een groot woord, het is kaal en droog met wat kleine dorre struiken. Het is leeg, maar het is zeker geen Sahara. We bereiken na enkele uren het meer Aydarkul. Je kunt hier zwemmen maar wij pakken even een ligbedje aan het strand. Vlakbij is ons yurtkamp, een terrein met enkele basisvoorzieningen en een twintigtal ronde nomadententen, de yurts. Hier wordt ons een bijzondere overnachting beloofd.  Heel speciaal is het niet, het is niet authentiek. Het is duidelijk een toeristische attractie en hoewel alles heel basic is, ook de bedden, krijgen we niet echt de ervaring van het slapen in the middle of nowhere. Het is aan de andere kant ook weer geen onaardige ervaring. Spannend is het wel om in het pikkedonker met je zaklamp een heel stuk te lopen naar de toiletten, wetende dat schorpioenen en zo hier heel gewoon zijn.                     

Buchara Gijduvan - Buchara (280 km) 

Op weg naar Buchara (Boxoro in het Oezbeeks), waarvan de geschiedenis terug gaat tot wel 2500 jaar geleden. We maken een tussenstop in het pittoreske pottenbakkersdorpje Gijduvan. Dit dorpje staat bekend om zijn rijke keramische tradities die al eeuwenlang worden doorgegeven. In het hart van Gijduvan bezoeken we een fabriekje/werkplaats, waar getalenteerde ambachtslieden hun vaardigheden in het creëren van unieke keramiek demonstreren. We zien hoe deze kunstenaars met de hand prachtige keramische stukken vormen, beschilderen en decoreren. Het is een fascinerend schouwspel.                                             

Daarna bezoeken we, even buiten de stad Buchara, Sitorai Mokhi-Khosa, de zomerresidentie van de laatste emir. Een betoverende bestemming die een beetje inkijk biedt van de weelderige levensstijl van de emirs van Bukhara. In de 19e eeuw begon emir Mir Sayyd Muhammad Alim Khan met de bouw van een nieuw paleis op de plek, waar een vorige versie had gestaan. Volgens de legende wijdde de emir dit paleis aan zijn geliefde vrouw, Sitora. De bouw, die meerdere jaren duurde, resulteerde in een residentie van ongeëvenaarde schoonheid. Architecten uit Bukhara, opgeleid in Rusland, mengden vakkundig oosterse en westerse stijlen in hun creatie. Nadat de vrouw van de emir overleed, werd het paleis Sitorai Mokhi-Khosa genoemd, wat uit het Tadzjieks vertaald kan worden als "Ster, zoals de Maan." Helaas onderging dit paleis hetzelfde lot als zijn voorganger en werd het verwoest. Het huidige Sitorai Mokhi Khosa Paleis werd gebouwd tussen 1912 en 1918 in opdracht van de laatste emir van Buchara, Mir Sayyd Muhammad Alim Khan. De bouw werd uitgevoerd door de beste Buchara ambachtslieden van die tijd, samen met twee Russische ingenieurs, Margulis en Sakovitch.                                     

Het hoofdgebouw van het paleis bestaat uit verschillende ontvangstruimtes en de privévertrekken van de emir. Speciale aandacht werd besteed aan de Witte Zaal, versierd door de beroemde meester usto Shirin Muradov, die later werd geëerd met een monument op het paleisterrein. Naast het hoofdgebouw omvat het zomerpaleis een theesalon, een kleine minaret en een gastenverblijf, allemaal rijkelijk versierd met gouden vlechtwerk. In 1927, kort na de val van het emiraat Buchara, werd het paleis omgebouwd tot een museum. De tentoonstellingen zijn in de loop der jaren regelmatig veranderd. Tegenwoordig is het museum gevestigd in het Museum of Arts and Crafts. In de afgelopen eeuw is Buchara aanzienlijk uitgebreid en het Sitorai Mokhi-Khosa Paleis ligt nu op slechts 4 kilometer van de buitenwijken van de stad. De residentie van de laatste emir van Buchara, waar pauwen nog steeds rond paraderen zoals ze dat honderd jaar geleden deden, verwelkomt bezoekers met weerspiegelingen van zijn vroegere pracht, alsof het nog steeds klaar is om royalty's en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders te ontvangen. Dit paleis is eigenlijk niet te missen op ieders Oezbekistanreis.   

Bukhara (Boxoro) 

Bukhara is met ruim 290.000 inwoners veel groter dan Khiva, de stad die we hierna zullen bezoeken. Het is ook een stuk levendiger en misschien daardoor ook toeristischer. Wat de toeristen betreft: een klein deel is Europeaan. Het grootste deel is local of komt uit een van de aangrenzende ‘Stannen’. Dat levert tussen al het moois aan gebouwen en monumenten een kleurrijk beeld op van mensen die er iets anders (vaak mooier) uitzien dan de Europeanen, en dus storen de grote aantallen bezoekers mij niet zo. Het completeert een beeld dat op zich al heel mooi is. Khiva Vandaag verkennen we de stad zelf. Buchara is een fascinerende oude stad, rijk aan Koranscholen, moskeeën en heiligdommen. Je waant je hier in een karavaanstad uit de tijd van de Zijderoute. De Oriënt komt tot leven in de overdekte bazaars vol tapijten, muziekinstrumenten, keramiek en kleurrijke kleding. Overal om ons heen, waar we ook kijken zien we talloze minaretten, mausoleums, toegangspoorten (waar tol werd geheven) en moskeeën. Buchara is beroemd om zijn borduurkunst en dat kom je hier dus ook overal tegen. Eerlijk gezegd kijk je hier je ogen uit. 

We zien onder andere het Ismail Samani Mausoleum, een architectonisch meesterwerk uit de middeleeuwen. En verder de stoere versterkte vesting Ark. Deze fortificatie omvat de stadspoort, kazerne en militaire versterking. Een deel stamt uit de 16e eeuw, de rest uit de 18e-eeuw. Ter gelegenheid van het 2500 jarig bestaan van Buchara is het complez gerestaueerd rond de laatste eeuwwisseling, Khiva Qua indeling lijkt het op een aangepaste rechthoek, die van west naar oost iets is uitgerekt. De omtrek van de buitenmuren is 789,6 m en het omsloten gebied is 3,96 ha. De hoogte van de muren varieert van 16 tot 20 m. De Ark werd dat oorspronkelijk rond de 5e eeuw n.Chr. gebouwd en bewoond. Naast een militair bouwwerk omvatte de Ark in wezen een stad die gedurende een groot deel van de geschiedenis van het fort werd bewoond door de verschillende koninklijke hoven die heersten over de regio rond Buchara. De Ark werd als fort gebruikt tot hij in 1920 door Rusland werd veroverd (en door een bombardement van de Sovjets behoorlijke schade opliep). Momenteel is de Ark een toeristische attractie en herbergt het musea die de geschiedenis ervan behandelen. Khiva Als we aankomen bij de Ark maken tot 20 meter hoge muren indruk op ons. De ingang van de citadel wordt omlijst door twee 18e-eeuwse torens. De bovenste delen van de torens zijn verbonden door een galerij, kamers en terrassen. Een geleidelijk oplopende helling leidt via een portaal met lier en een overdekte lange gang naar de moskee van Dzjoema. De overdekte gang biedt toegang tot opslagruimtes en gevangeniscellen. In het centrum van de Ark bevindt zich een groot gebouwencomplex, waarvan de moskee van Ul'dukhtaron een van de best bewaarde is. Deze moskee is verbonden met legendes over veertig meisjes die gemarteld en in een put gegooid werden. 

Verder gaat het, naar het imposante Kalyancomplex. Dit complex, beter bekend onder de naam Po-i Kalân Complex bestaat uit drie indrukwekkende onderdelen: de Kalyan-minaret of Grote Minaret (Perzisch: Minârâ-i Kalân ) deels 12e eeuw, de Kalân-moskee (16e eeuw) en de Mir-i Arab-madrassa. Ze zijn alle drie gepositioneerd aan een enorm binnenplein, waardoor je je als bezoeker wederom heel nietig voelt. Wat is dit ontzettend mooi! Even buiten de stad brengen we nog een bezoek aan het herdenkingscomplex van de islamitische heilige Baha-ud-Din Naqshband en het Chor-Bakr Memorial Complex en zien we nog de moskee genoemd naar Ulughbek, de kleinzoon van Timoer Lenk. Al deze bezienswaardigheden liggen in een logische volgorde, zodat je ze al wandelend door een meestal mooi aangelegde parkachtige omgeving allemaal vanzelf zult passeren. Op een gegeven moment belanden we, na al die bezienswaardigheden, vanzelf in het oude centrum, bij de bazar. Ben je daar eenmaal doorheen (bazars zijn altijd leuk dus het kan nog even duren voordat je er doorheen bent), dan kom je bij Lyab-i Hauz. 

Een fantastische plek, althans dat vinden wij. Khiva Lyab-i Hauz mag je wel het centrum van deze stad noemen. Het is een plein rond een grote vijver. Grote oude bomen geven beschutting voor de zon. Veel oude gebouwen kom je hier tegen, zoals de Nadir Divanbegi-madrassa, oorspronkelijk een karavanserai, en de gelijknamige khanaka (een herberg met bezinningsruimte voor rondtrekkende bedelmonniken). Tegenwoordig vind je langs de vijver een groot aantal restaurants. Het Lyabi-Khauz complex bestaat uit drie monumentale gebouwen: de Kukeldash Madrasah in het noorden, de Khanaka en Nodir Divan-begi Madrasah in het westen en oosten. De zuidelijke kant van het plein werd historisch afgesloten door Trade Street. In het hart van dit grootse ensemble ligt een reservoir, dat een centraal kenmerk van het oude Bukhara is geworden. 

De naam "Lyab-i-Khauz" betekent "bij het (water)reservoir", wat het belang van het waterelement in het complex aangeeft. Volgens een oude legende had Nadir Divan-begi, een machtige vizier, moeite om een stuk land te verwerven voor zijn geplande gebouw, omdat het eigendom was van een eenzame vrouw. Om haar te dwingen te verkopen, gaf hij opdracht tot de aanleg van een kanaal onder haar huis, waardoor het water de muren erodeerde. De vrouw, die de schade niet kon verdragen, moest het land verkopen. Dit reservoir werd in het geheim de "vijver van geweld" genoemd, met een Arabische inscriptie die de bouwdatum aangaf als 1620. De bevolking had medelijden met de vrouw en via een ‘crowd funding-actie avant la lettre’ kreeg de vrouw alsnog een ander huis. 

Het reservoir zelf is rechthoekig, meet 36 bij 46 meter en wordt overschaduwd door eeuwenoude chinarbomen. De oevers worden gevormd door trappen die naar het water leiden, gemaakt van enorme blokken gele kalksteen. Vroeger stond dit gebied bekend als de "theebazar", waar snoep, delicatessen, brood en andere etenswaren werden verkocht. We drinken tweemaal tijdens ons verblijf iets op een van de terrassen aan het meer en we voelen ons hier al helemaal thuis in dit vriendelijke land. Het is een bijzonder aangename plaats om te zijn. We krijgen hier een comfortabel gevoel. 

Khiva Bukhara - Khiva (470 km) 

Net als de legendarische kamelenkaravanen die ooit de oude Zijderoute bevolkten, vervolgen we onze reis door de uitgestrekte Kyzyl-Kum-woestijn, een uitdaging die een diep gevoel van avontuur en historisch besef met zich meebrengt. Terwijl we door dit eindeloze zandlandschap trekken, stellen we ons voor hoe de karavanen van vroeger hun kostbare ladingen over deze onherbergzame route vervoerden, op weg naar de handelsknooppunten van de oude wereld. Bij ‘woestijn’  moet je overigens denken aan een vrij levenloze dorre vlakte, geen bakken met zand. Er groeien kleine groene dorre struiken, zodat het meer een halfwoestijn is. Leeg, dat wel. Langs de schilderachtige Amudarya-rivier, die door de eeuwen heen als een levensader heeft gefunctioneerd voor de regio, vervolgen we onze reis naar Khiva. 

Khiva is een van de fraaiste steden aan de oude Zijderoute, waar ongeveer vijftigduizend mensen wonen. Met name de zeer oude kern (Ichon-Qala) is een bezoek meer dan waard. Met hulp van de UNESCO zijn madrassa’s, moskeeën en mausolea in grote aantallen gerestaureerd. Maar, je zou het misschien niet verwachten, er was reeds in de late Sovjettijd geld beschikbaar om dit stadje in zijn oude grandeur te herstellen. Een van de prachtige objecten is de Kalta Minor-minaret. De turquoise tegels weerspiegelen de zon. Heel Ichon-Qala is tot Unesco Werelderfgoed verklaard. Tijdens de Zijderoute was Khiva berucht. Hier werden op de grote schaal slaven verhandeld, de Khan van Khiva was een wrede heerser, in de omgeving leefden wilde stammen en de stad werd ingesloten door droge woestijnen. Voor de handelaren op de Zijderoute was Khiva de laatste pleisterplaats voordat ze naar Iran doorreisden. Dat betekende een helse tocht dwars door de woestijn. Mede door haar strategische locatie op de Zijderoute groeide Khiva uit tot een rijke en machtige stad en dat je zie je vandaag de dag nog terug in de talloze moskeeën, Koranscholen en paleizen. 

Khiva heeft ruim vijftig UNESCO-monumenten in haar binnenstad, dus er is heel veel te zien. Het is eigenlijk één groot openluchtmuseum. In het oude centrum wonen nu nog zo’n 3.000 mensen en er zijn naast de vele monumenten, paleizen en moskeeën ongeveer 250 woonhuizen. Binnen de lemen stadsmuren van Khiva (Ichan Khala heeft een omtrek van 900 bij 500 meter). zet je een gigantische stap terug in de tijd. We bezoeken hier o.a. het Pakhlavan Mahmud mausoleum, het heersersfort Kunya Ark en het zuilenwoud in de Juma moskee. Vele madressa’s zijn ingericht als winkeltjes, waar het lastig kiezen is uit de vele kleurrijke souvenirs. We ontdekken de bijzondere architectuur van de stad en bezoeken nog enkele andere hoogtepunten zoals Islam Hajji Madrasah & Minaret, Tash Khauli Alakuli Khan Palace en Muhammadaminkhan Minaret & Madrasah. 

We vallen ook hier weer van de ene verbazing in de andere. Juist omdat er zo veel geschiedenis in deze stad is, en omdat zo veel bewaard is gebleven, vinden wij Khiva de aantrekkelijkste stad die we in dit land hebben bezocht. Het klopt dus dat Khiva meer een museum dan een levende stad is. Buchara en Samarkand, de andere twee belangrijke trekkers van Oezbekistan, zijn drukker en levendiger. Als de dagjesmensen aan het eind van de middag Khiva verlaten, rest een rustige stad, waar de locals weer bezit nemen van de oude stad. Jongens racen op hun elektrische step, meisjes staan giechelend bij elkaar. De mensen komen bij van een drukke hete dag. Hoewel het dus rustig(er) is, is de stad dan misschien juist op z’n mooist: de zandkleurige smalle straatjes zijn stil, de souvenirkraampjes zijn weg. De zon zet de lucht en in vuur en vlam, terwijl de eeuwenoude minaretten van de stad als silhouetten tegen het rood afsteken. 

De stad is zo goed gerenoveerd dat je voor je gevoel echt even de tijd van de Zijderoute binnenstapt. Uiteindelijk zakt de zon tot onder de top van de hoge lemen muren en wordt het langzaam donker. De lichten gaan aan en er komt weer iets meer leven op straat. Het wordt sfeervol. Op de vele pleinen, tussen de Islamitische bouwkundige schatten, spelen steeds meer kinderen, zitten vrouwen met hun kleedjes met koopwaar, racen de straatschoffies nog altijd op hun elektrische step, kuieren mensen en zitten de terrassen gezellig vol. Wij pakken ook een terrasje en daarna wandelen we verder door deze mooie verlichte stad, in een schitterend decor op weg naar een van de vele restaurants. 

Karakalpakstan (Ayaz Kala - Toprak Kala ) - Urgench - Tashkent 

Op naar de laatste bestemming in Oezbekistan, Tashkent. We gaan echter eerst de autonome deelrepubliek Karakalpakstan in om de ruïnes van de eeuwenoude Khorezmian forten van Ayaz Kala en Toprak Kala te gaan zien. De forten staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is een flinke rit door deels de halfwoestijn en deels door landbouwgebied. Het Ayaz Kala maakt niet zo veel indruk, het ligt wel heel mooi boven op een heuvel.  Het is een kleiner fort en mogelijk diende het als een soort verdediging voor Toprak Kala, dat 1 km verderop ligt. Toprak Kala is interessanter. Toprak Kala was een oude paleisstad en de hoofdstad van  Chorasmia in de 2e en 3e eeuw, waar muurschilderingen, munten en archieven werden ontdekt. De geschiedenis bestrijkt een periode van de 1e tot de 5e eeuw na Christus. De structuur van de oude stad is nog goed te zien. We wandelen, klimmen en klauteren hier een tijdje rond en zoals gezegd: een zeer interessanre wandeling. 

Karakalpakstan is voor 80% woestijn. De status van de staat is een ietwat lastige. Het is een republiek met een zekere mate van autonomie. Zo heeft het een eigen parlement, ministerraad, vlag en wapenschild. De officiële talen zijn Oezbeeks en Karakalpak, een Turkse taal. De bewoners zijn meer mongoloïde dan de Oezbeken. Het gebied heeft het grondwettelijk recht om zich middels een volksraadpleging af te scheiden van Oezbekistan maar in de praktijk wordt dit tegengewerkt. De bevolking is arm en ziek. De landbouwgiffen die zich op de bodem van het Aralmeer bevonden, kwamen na de drooglegging ‘bloot’  te liggen en de winden blazen deze giffen nu over de dorre vlakten. In de hoofdstad Numus zijn veel mensen ziek. Het klimaat veranderde door de ecologische ramp van het Aralmeer drastisch. De winters zijn nu gemiddeld 10 graden kouder en de zomer 10 graden heter. Geen gebied om erg vrolijk van te worden dus.              

 We rijden de staat weer uit, naar de stad Urgench dat 10 km achter de grens ligt, in Oezbekistan dus. Urgench is een schone moderne (bijna model)stad met 145.000 inwoners. Na een niet zo geslaagde maaltijd (meestal is het eten hier prima) gaan we naar het vliegveld van Urgench voor de vlucht naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Vliegen betekent een flinke tijdwinst. De afstand is 900 kilometer over de weg, die niet overal goed is. Met de trein of vliegtuig is dus een verstandig alternatief. Het is ongeveer anderhalf uur vliegen en aan het begin van de nacht komen we aan in deze metropool.                       

Tasjkent

Tashkent In 1924 werd Oezbekistan zonder pardon ingelijfd bij de Sovjet Unie. De Russen hebben een belangrijke stempel gedrukt op het land, tot aan het jaar 1991 toen Oezbekistan zelfstandig werd. De Russische invloed is nog het meest te merken in Tashkent. Er staan nog wat flatgebouwen uit de Sovjettijd en veel mensen spreken hier nog Russisch. Tashkent is de hoofdstad van Oezbekistan en telt ruim 5 miljoen nwoners. Het is een van de meest moderne steden van het land. Er is betrekkelijk weinig over van het oude Tashkent aan de Zijderoute. Enerzijds de revolutie van 1917, Oezbekistan was toen namelijk al een tijd lang bezet door Rusland (maar nog geen officiele Sovjet republiek), maar ook de aardbeving in 1966 hebben veel van de oude glorie vernield. Eens was de stad volledig ommuurd, maar alle poorten en muren zijn verdwenen als gevolg van de uitdijende stad en de genoemde aardbeving. Na de verwoestingen werd de stad in Sovjetstijl herbouwd, waarbij ook een fraai vormgegeven metro werd aangelegd. De oude stad is voor een deel bewaard gebleven. Je vindt er de Chorsu Bazar, verschillende madrassa’s waarvan de Kukeldash Madrassa de bekendste is. Voorts zijn er moskeeën en mausolea.                                     

De volgende dag zullen we een erg leuke dag hebben in Tashkent. De stad oogt als een moderne metropool. Mensen op straat zijn modern gekleed, het ziet er uit als ieder andere westerse stad van deze tijd, maar daaronder ligt het diepe geloof in de Islam. Er zijn hier meer moskeeën dan waar dan ook in het land en het geloof is hier diep geworteld. De Oezbeekse hoofdstad Tashkent ligt op een kruispunt tussen het Midden-Oosten, het Verre Oosten en de voormalige Sovjet-Unie. Na de aardbeving van 26 april1966 werd Tashkent heropgebouwd als ‘Sovjetmodelstad’ met brede straten en vele fonteinen. Tijdens onze rondrit door de stad zien we invloeden uit alle streken. We zien onder meer de Witte moskee, het Onafhankelijkheidsplein en de levendige Chorsu bazaar. Allemaal met enorme afmetingen, want volgens de Russiche opvatting moest alles groots en weids om indruk te maken. We bezoeken ook één van de beroemdste historische bezienswaardigheden van de stad, Kukeldash Madrasah.                          

Dan komen we bij het monument van de aardbeving. Het monument werd in 1970 gemaakt door beeldhouwer D. Ryabichev ter nagedachtenis aan de aardbeving van 1966. Het Courage Monument belichaamt de kalmte en veerkracht waarmee de bewoners deze verwoestende ramp tegemoet gingen. Een fraai monument, één van de vele in Tasjkent overigens, in een mooi vorm gegeven setting. Op een klok staat de datum 26 april 1966 en de wijzers staan op 05.23 uur ’s ochtends. De kracht was bijna 8 op de schaal van Richter en de beving duurde in totaal 5 uur. Er waren relatief weinig doden, hoewel nog altijd te veel natuurlijk: 15 tot 200 doden. Een derde van de stad werd weggevaagd. De helft van de inwoners werd dakloos. Met behulp van arbeiders uit alle Sovjet republieken werd de stad binnen 10 jaar weer opgebouwd. Dit is een staaltje van communistische propaganda: alle Sovjetrepublieken moesten menskracht en geld leveren en zo bouwden de broedervolken een nieuwe stad voor de Oezbeken, met  zeer brede lanen, veel parken, grote weidse pleinen. Zielloos vinden sommigen, maar wij vonden het wel indrukwekkend en vooral mooi (en heel schoon).                       

We wandelen nog wat verder (o.a. naar het indrukwekkende Onafhankelijkheidsplein met de vele fonteinen en grote triomfboog) en we nemen de beroemde metro van Tasjkent. Dit is een van de mooiste metro’s ter wereld, hoewel die van Moskou er ook mag zijn. Op ieder station is het ruim en licht, het is modern vormgegeven, en je ziet kunst, telkens een ander thema. We nemen vier stations, verdeeld over twee lijnen. ’s Avonds eten we in restaurant Sim Sim, vlakbij ons hotel in het zuiden van de stad. Het is een goed restaurant en de inrichting en sfeer is die van een Sovjetrestaurant jaren 30 vorige eeuw (zie foto’s). Voor Oezbeekse begrippen is het ook niet echt goedkoop. In de meeste restaurants van het land betaal je een schijntje voor een diner voor twee, zo’n 15 euro all together.   

Er is in Tasjkent nog zoveel meer te zien. De enorme stad herbergt zoals gezegd vele pleinen, monumenten, mooie gebouwen, moskeeen. Ons bezoek van een dag was veel te kort. Een paar dagen zou je hier op zijn minst wel moeten zijn. Ook de (bergachtige) omgeving van de stad is de moeite waard.

Tasjkent, Oezbekistan, een lang gekoesterde droom van vooral René. Je kunt ervoor kiezen deze reis uit te breiden met enkele andere Zijderoutelanden, een combinatie Turkmenistan, Oezbekistan, Kyrgyzie, Tadzjikistan bij voorbeeld. Maar op zich is er in Oezbekistan al genoeg te zien en te beleven. Zo veel, dat we het bij thuiskomst pas allemaal begonnen te verwerken. Met het weer hebben we ook geboft: het was mei en de temperatuur steeg de week vóór ons verblijf tot boven de 40 graden, maar wij deden het met 32 graden. Goed vol te houden vooral door de zwoele wind die de ergste hitte temperde. Al met al een op alle punten goed verlopen reis. 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.