Madeira en Canarische eilanden

CANARISCHE EILANDEN, MADEIRA en een klein stukje MAROKKO 

De Canarische eilanden, wie kent deze naam niet? Bekend omdat veel mensen uit ‘koude landen’ in Europa er ’s winters de warmte opzoeken. Even een tussendoortje om die grauwe, grijze, saaie winter te doorbreken. En zo zien veel mensen het ook: zon, warmte, strand in een periode waarin dit in bijna heel Europa niet te vinden is. En terecht: je vindt het hier allemaal. Het succes van de Canarische eilanden is dan ook grotendeels hierin gelegen: een vrij warm en zonnig klimaat, niet al te ver van Europa plus een geoliede toerismemachine. Er is een tijd geweest dat in ieder geval René een flink ‘vooroordeel’ had met betrekking tot deze eilanden. Massa’s mensen, te veel overdreven bruin gebakken en rood ontvelde westerlingen, hoogbouw, hotels, appartementen en flats overal, saaie moderne winkelstraatjes met al even saaie winkels, de geur van zonnebrand, bier en friet. Dit beeld is bij hem in de loop der jaren wel veranderd. De kust, waar je dit allemaal vindt, is uiteindelijk maar de kust. Dat kun je een heel eiland niet aanrekenen! 

Als je de kustregio’s en steden/toeristencentra eenmaal hebt verlaten, vind je de schoonheid van de natuur, cultuur en oude steden, vulkanisme, bossen en bergen, en de rust en de authenticiteit die er nog is. Zelfs op het overvolle Tenerife vind je dit nog, maar je moet er wel op pad voor willen gaan. Alle Canarische eilanden zien -in één reis samengebald-, dat kwam toch steeds vaker in onze gedachten. In januari 2025 hebben we dit min of  meer waar gemaakt (we hebben alleen het kleinste eiland El Hierro gemist). De conclusie mag ik eigenlijk nog niet verklappen, maar het zijn nagenoeg allemaal ongeëvenaard prachtige paradijsjes, die we zijn gaan koesteren. We zijn bijzonder verrukt en zelden hebben wij zoveel moois op een en dezelfde reis gezien en ervaren. Madeira en Marokko namen we er ook nog even bij!! Een pakket om van te smullen….. 

De Canarische eilanden: feiten en cijfers 

Eerst wat wetenswaardigheden over de eilanden. De Canarische Eilanden (Islas Canarias) zijn een achttal bewoonde eilanden in de Atlantische Oceaan, ten westen van Marokko en de Westelijke Sahara. Deze eilanden worden gewoonlijk beschouwd als behorend tot Afrika hoewel zij niet op de Afrikaanse continentale plaat liggen en staatkundig gezien onderdeel uitmaken van Spanje, dat in Europa ligt. De naam houdt verband met het Latijnse Canariae Insulawat hondeneilanden betekent. De reden van deze naamgeving zou zijn dat er op het eiland veel grote honden woonden.  De eilanden zijn in ieder geval niet vernoemd zijn naar de gelijknamige vogel, de kanarie. Het is andersom: deze vogelsoort is vernoemd naar de eilandengroep, waar ze nog in het wild voorkomt. De archipel is één grote hotspot: alle eilanden zijn gevormd door vulkanische activiteiten in de oceaan. Lanzarote en Fuerteventura, in het oosten, zijn vermoedelijk het oudste, 20 miljoen jaar, de westelijke eilanden Tenerife en La Palma  zijn relatief jong, 2 miljoen jaar. De vulkanische activiteiten gaan nog altijd door en de eilanden blijven geologisch actief. De eilanden zijn nogal droog door gebrek aan regenval, een uitzondering geldt voor La Palma dat een groen eiland genoemd mag worden. Vanaf ongeveer de tweede eeuw v. Chr. werden de eilanden bevolkt door de Guanchen. Tot de verovering door de Spanjaarden in de vijftiende eeuw waren zij de enige bewoners van de eilanden. Ze hulden zich in geitenvellen en verkeerden nog in de steentijd. Toen de eerste Spanjaarden op de eilandengroep verschenen, woonden de meeste eilandbewoners in grotten; slechts enkele families op Gran Canaria woonden in hutten. Na de val van het Romeinse Rijk werden de eilanden door velen vergeten, hoewel de Europeanen en de Arabieren van hun bestaan wisten door de klassieke bronnen. 

Eeuwenlang leefden de eilandbewoners in isolatie. De zeemanskunst waarmee ze naar de eilanden waren gekomen was vergeten, want ze hadden geen boten en allicht ook geen onderling contact. De Franse ontdekkingsreiziger Jean de Bethencourt leidde in 1402 een expeditie naar de Canarische Eilanden om in opdracht van de Kroon van Castilie de eilanden te veroveren. De Guanchen gaven zich echter niet zonder slag of stoot gewonnen en in eerste instantie lukte het de Castiliaanse troepen alleen om Lanzarote in te nemen. Pas twee jaar later, na vele veldslagen, slaagden de troepen van de Normandische edelman erin om de bewoners van de eilanden Fuerteventura, El Hierro en La Gomera te verslaan. Veel Guanchen sneuvelden in de strijd. Anderen werden gevangengenomen en verkocht als slaven. In 1404 stichtte De Béthencourt de stad Bethancuria op Fuerteventura, als hoofdplaats van het eiland. Twintig jaar later kwam hij tijdens de verovering van Gran Canaria na een gevecht met de oorspronkelijke bewoners van dit eiland om het leven. 

Intussen speelde de rivaliteit tussen Spanje en Portugal over de heerschappij op zee. In 1479 werden de Canarische eilanden aan Spanje toegewezen, hoewel toen nog niet alle eiland onder het feitelijke gezag van Spanje stonden. In 1496 werd Tenerife als laatste veroverd, rond 1550 was er van het volk de Guanchen nagenoeg niets meer over. Het grootste eiland, qua oppervlakte, is Tenerife. Daarna volgen Fuerteventura en Gran Canaria. Que aantal inwoners is Tenerife het grootst. Tenerife en Gran Canaria, niet toevallig ook de populairste toeristische eilanden en enigszins verpest door overbevolking en massatoerisme, hebben beide bijna 1 miljoen inwoners, wat veel is voor relatief kleine eilanden. De andere eilanden hebben veel minder inwoners en zijn ook nog eens relatieve oases van rust, hoewel ook Lanzarote en La Palma in trek zijn. Tenerife ontvangt jaarlijks maar liefste 5.8 miljoen bezoekers, Gran Canaria 4,5 miljoen, Lanzarote bijna 3 miljoen en Fuerteventura ruim 2 miljoen. La Palma (274.000) La Gomera en El Hierro (120.000) blijven daarbij achter en dat wil men daar graag zou houden. De eilanden zijn te klein voor massatoerisme – ze zouden dit niet aan kunnen -  en de natuur te kwetsbaar. De Canarische Eilanden hebben een subtropisch klimaat zonder veranderingen van seizoenen. Het heeft het hele jaar door dezelfde zomerse temperaturen, het is woestijnachtig op de oostelijke eilanden, iets vochtiger op de westelijker gelegen eilanden. De stad Las Palmas op Gran Canaria zou het beste klimaat ter wereld hebben. 

De beste manier om bijna alle eilanden in korte tijd te zien is een soort hop-on-hop-off per boot te maken, eilandhoppen met een cruiseschip. We hebben voor deze manier gekozen en zodoende heel wat van de Canarische eilanden kunnen zien, inclusief het schitterende eiland Madeira (Portugal) en een klein stukje Marokko. De route begint voor ons in Las Palmas (waar we vanaf het Duitse Düsseldorf hebben gevlogen), de hoofdstad van een van de twee provincies van de Canarische eilanden en tevens de grootste stad. 

Vertrek Las Palmas/ Fuerteventura 

Fuerteventura (de naam betekent: stevige wind, wat eigenlijk voor alle Canarische eilanden wel geldt) is het op een na grootste eiland en ligt het dichtst bij de Afrikaanse kust (100 km). Het is een droog, vulkanisch eiland. Groen ontbreekt bijna helemaal hier; de kleuren zijn hier grijs, bruin, rood en oranje. Dit levert hier en daar bijzonder fraaie plaatjes op. Het eiland ziet er eigenlijk onherbergzaam uit, maar ooit was het bedekt met bossen. Zoals op zoveel plaatsen meende de mens het aanzicht van de natuur naar eigen inzicht te moeten kneden en werd alles gekapt, zodat het nu een ‘kaal’  eiland is. In het bedrijvige stadje Puerto del Rosario (hoofdstad van het eiland) worden we opgewacht door onze Belgische gids, die we via internet hebben ingehuurd. Hij zal ons zijn ‘mooi eilandje ‘, zoals hij het noemt, laten zien. En het stelt niet teleur, we zien bijna het hele eiland. Eerst rijden we noordwaarts van Puerto del Rosario naar de noordpunt van het eiland, waarna we de westkust afzakken. Hier bevindt zich het boeiendste deel van het eiland. Parque Rural, een natuurpark met het uitzichtpunt Mirador de las Penatas, door naar het fraaie gebied Puerto de la Pena. Aan de kust vlakbij ligt het plaatsje Ajuy, met zijn grotten en rotsformaties aan zee. Via de zuidpunt, waar het eiland (de afstand tussen oost en west) het smalst is rijden we een aangename rit naar ‘boven’, noordwaarts naar de hoofdstad. Natuurlijk zien we onderweg ook nog de imposante beelden van twee voormalige koningen van Fuerteventura, Guise en Ayose. Ze staan op een naar hen genoemd uitzichtpunt (Mirador de Guise y Ayose) vlakbij de voormalige hoofdstad Betancuria. De indrukwekkende beelden zijn 4,5 meter hoog en staan in een prachtig landschap. Betancuria zelf (215 inwoners) is vandaag de dag een onbetekenend dorpje, maar wel heel fraai opgeknapt. Het is de moeite waard om er even doorheen te wandelen: Spaanse authenticiteit op zijn best. 

Madeira 

De tweede stop is meteen al een niet-Canarisch eiland: Madeira. Het ligt eveneens op de Afrikaanse Plaat, in de Atlantische Oceaan ter hoogte van Casablanca in Marokko, op ongeveer 700 km ten westen van de Afrikaanse kust. Het ligt 450 km ten noorden van de Canarische eilanden. Het is dan ook ruim anderhalve dag varen naar Madeira. De archipel (want er horen nog enkele andere eilanden bij Madeira) is een vulkanische formatie, Madeira is een autonome regio van Portugal en staat bekend om zijn bijzonder fraaie natuur en iets koeler klimaat dan de Canarische eilanden, met wat meer regen. Het eiland is dan ook uitbundig groen. Het is er toeristisch in de steden (eigenlijk is er maar een vrij grote stad, Funchal) maar op het platteland, in de bergen en bossen merk je daar bijna niets meer van. Madeira is zoals gezegd nogal bergachtig, met als hoogste punten de Pico Ruivo (1862 m), de Pico das Torres (1851 m) en de Pico do Arieiro (1818 m). De noordkust van het eiland wordt gedomineerd door hoge kliffen en aan de westkant bevindt zich een plateau, een hoogvlakte, de Paul da Serra, met een hoogte tussen de 1300 en 1500 m. Er groeien veel exotische planten. 

Dit en de bekende Madeirawijn, de bloemen en de relatieve koelte trekken veel toeristen naar het eiland, en er zijn dan ook vele wandelroutes. Aan de noordkant van het eiland valt meer regen dan aan de zuidkant, waar Funchal, de hoofdstad ligt. Door het jaar heen wisselt de temperatuur niet veel. Ook s’ winters mag je rekenen op minimaal 17 graden, in de zomer iets meer. Als we wakker worden is het nog net niet licht. We kijken uit op de stad vanaf ons balkon en zien de duizenden lichtjes twinkelen, van laag naar hoog. Funchal is een vrij uitgebreide stad en omdat er weinig ruimte is tussen zee en bergen, gaat alles hier al snel omhoog. Het ligt letterlijk tegen de berghellingen gevleid. Een mooie stad, die vroeger ooit een beetje deftig moet zijn geweest. Rond 1850 kwam hier het gezondheidstoerisme voor de elite op gang: beroemdheden, al dan niet met kwalen, kwamen hier voor het gezonde, niet al te het, klimaat. De stad mag bloemenstad genoemd worden, wat overal zie je bloeiende bloemen. Het heeft nogal wat parken en tuinen en een kabelbaan, die vanaf het centrum beneden naar boven loopt, naar Monte. Er zijn diverse musea, een overdekte markt en een modern gezellig centrum. 

Volgens ons, maar het blijft moeilijk oordelen in twee dagen tijd, een bijzonder aangename stad. De 100.000 inwoners en de vele buitenlandse bezoekers zitten hier wel goed. Zo druk als het in de stad is, zo rustig is het buiten de stad op de rest van het eiland. We maken een tour over het eiland. Niets is hier vlak en het zeer goede wegennet is ongetwijfeld met veel geld, tijd en geduld aangelegd. Je passeert de nodige tunnels en zodra je een tunnel uitrijdt, blijk je op een viaduct te rijden die twee bergen met elkaar verbindt. Eerst DOOR de berg, dan de verbinding met de volgende berg. Zo rijden we langs de zuidkust richting Cama de Lobos, een mooi gelegen kustplaats met 32.000 inwoners en daarna naar de Miradouro do Cabo Girao. Dit is een fantastisch uitkijkpunt, de rotsen rijzen loodrecht op zee op en jij kijkt als bezoeker dus loodrecht naar beneden. Een klein deel van het pad is van doorzichtig glas, maar het is te kort om echt de bibbers van te krijgen. Het wordt wel skywalk genoemd, maar het is niet zo als andere skywalks die we hebben mogen zien. Het uitzicht is echter ongeëvenaard. Enge tijd later, halverwege het eiland, buigen we naar rechts af en rijden naar het noorden. De weg gaat door een beboste vallei, veel tunnels weer, kortom een schitterende rit naar de noordkust. 

Bij Sao Vicente bereiken we de noordkust en gaan we westwaarts. De kust is hier zeer bergachtig en ruig. We zijn al snel bijzonder gecharmeerd van dit schitterende eiland. Het eiland is niet eens zo heel groot, maar wel heel divers: van ruige kliffen tot groene levadas (wandelpaden) en het groene berglandschap. In Seixal met zijn zwarte stranden krijgen we al een voorproefje van wat we in Porto Moniz gaan zien: de piscinas naturais, de natuurlijke zwembaden. Lavastromen hebben er in het verleden voor gezorgd, dat ze –eenmaal bij zee aangeland – stolden tot fraaie ruige lavarotsen, waar het zeewater toegang bleef houden. Het zijn in feite door de rotsen ommuurde baden. 

Porto Moniz zelf is een klein, maar charmant dorpje (2950 inwoners) met een gezellige boulevard. Deze  boulevard voert  je langs de verzameling rotsformaties bestaand uit lava, waar je via een wandelpad doorheen kan lopen. De natuurlijke zwembaden vallen meteen op, als je via de slingerweg van de berg naar beneden rijdt. Het dorp zelf ligt in het dal, direct aan de zee. Op de berg zijn er verschillende mogelijkheden om even je auto aan de kant van de weg te parkeren: het uitzicht over de ruige kliffen, de zee, het dorp en natuurlijk de natuurlijke baden zelf is onvergetelijk. De natuurlijke baden zijn behoorlijk groot, de baden beslaan maar liefst 38.000 vierkante meter. De baden zijn gevuld met alleen zeewater en zoals gezegd omringd door lava rotsen. De golven overspoelen de rotsen en de rand van het zwembad, zodat er steeds vers zeewater in en uit stroomt. Op bepaalde plekken zijn de gevaarlijkste en scherpste randen en kuilen gefatsoeneerd, zodat het er veilig toeven is. Een ander deel, langs de boulevard, is nog volkomen naturel. En aangezien de zee behoorlijk ruig is (als wij er zijn) golft en klotst het water over de randen alle kanten op, het spuit door de gaten van de rotsen heen. Overal waar water gaan kan, gaat het ook en het lijkt alsof er duizenden mini-watervalletjes ontstaan. Soms zijn de golven zo ruig en hoog, dat het opspattende water de toeschouwers bereikt, die hoog boven alles denken te staan. Op zeker moment lijkt het alsof een reuzenbak zeewater in één keer over ons heen gekieperd worden. We staan in 20 cm water, wat het wegrennen bemoeilijkt en we worden meer dan doorweekt nat.  Sensationeel, vinden wij. 

We moeten deze aangename plaats weer verlaten en rijden naar het Fanal bos, over een van de fraaiste wegen van Madeira. Het sprookjesachtige oerbos Fanal Forest, soms ook wel Laurisilva genoemd, is één van de laatste laurierbossen ter wereld en staat daarom op de werelderfgoedlijst van Unesco. Tientallen miljoenen jaren geleden was een groot deel van Zuid-Europa bedekt met dit soort bossen maar door de ijstijd en de boskap zijn bijna alle laurierbossen verdwenen. De oude laurierbomen hebben vaak hele grillige vormen en zijn begroeid met wel 20 verschillende soorten mossen. De dikke mist die vaak in Fanal hangt, zorgt voor een mystieke sfeer en maakt deze plek nog indrukwekkender. Mist hangt er inderdaad maar van de vreemde sfeer proeven wij niet zo veel door de vele toeristen die hier op een klein stukje rond wandelen. Je zou verder het bos in moeten, maar wij hebben daar helaas geen tijd voor. Nadat wij een korte wandeling hebben gemaakt, hobbelen we over een onverhard pad met onze jeep door de bossen. Slingerend gaat het langdurig naar beneden, een mooie rit. Als we beneden zijn, zijn we ook meteen weer bij de zuidkust en wij rijden oostwaarts een schitterende bergroute langs de kust, terug naar de hoofdstad. 

De volgende ochtend doen we nog een hop on hop off tour door Funchal, een mooie manier om iets meer van de stad te zien dan alleen de boulevard langs zee en het centrum. Een bloemrijke, mooie stad. 

La Palma 

La Palma kent geen massatoerisme, maar het eiland kent wel ecotoerisme en de toeristen bezoeken het eiland vanwege de vele wandelroutes, de bijzondere natuur en authentieke eilandcultuur. La Palma heeft een oppervlakte van 729 km², is 42 bij 24 kilometer en heeft ongeveer 85.000 inwoners.  Evenals Tenerife en Gran Canaria heeft het eiland een vruchtbare natte kant, en een droge zijde waar het merendeel van het toerisme zich afspeelt. Daar ligt ook de hoofdstad Santa Cruz de La Palma met 18.000 inwoners.  Aan de westkant van het eiland ligt een tweede stad, Los Llanos de Andane, met 15.000 inwoners. Verder is het rustig en puur natuur op het eiland. Net als alle Canarische Eilanden is La Palma ooit gevormd door vulkanische activiteiten, ongeveer drie miljoen jaar geleden. Het eiland heeft het actiefste vulkanisme van de archipel. De voet van het eiland ligt op 3500 m onder de zeespiegel en het hoogste punt ligt op 2426 m boven de zeespiegel. Er zijn nogal wat uitbarstingen geweest op La Palma, o.a. In 1470, 1585, 1677, 1712, 1949, 1971 en 2021. 

Op het eiland ligt de vulkanische bergketen Cumbre Vieja. In 2001 schreven de Engelsman Simon Day en de Amerikaan Steven Ward in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters in een artikel dat een volgende uitbarsting een enorme aardverschuiving zou kunnen veroorzaken, waarbij een deel van het eiland in zee schuift. Indien dit daadwerkelijk gebeurt, zou het een reusachtige tsunami, een zogenaamde megatsunami, tot gevolg kunnen hebben (tot 90 meter hoog) die zich over de Atlantische Oceaan zal verplaatsen, richting oostkust van de Verenigde Staten. De tsunami zou daar acht uur later aankomen en alle steden aan de Amerikaanse oostkust beschadigen. Er worden wat kanttekeningen geplaatst bij deze theorie, maar spannend is het verhaal wel. Dat laatste leidde tot de Netflixserie La Palma, eind 2024. Wij hebben deze serie  bekeken, in de wetenschap dat wij daar een maand later zouden zijn.

Hopelijk gebeurt het nooit, want wij vonden het een ongelooflijk paradijselijk eiland, de natuur vonden wij verbluffend. La Palma is een groen eiland, wat inhoudt dat het een groene vegetatie heeft in overvloed, in tegenstelling tot de andere eilanden. Het is een wandeleiland bij uitstek. In het noorden van het eiland vind je de barranco's, diep uitgesneden kloven, die het water van de bergen naar de zee dragen, verder zijn er de bossen op de centrale bergen van het eiland en de vulkanische activiteit in het zuiden met de lavavelden en vulkaankegels. Aan de noordzijde van de vulkanengroep 'Cumbre Vieja' bevindt zich de Caldera de Taburiente, een erosiekrater met een doorsnede van negen km waarin schitterende wandelingen gemaakt kunnen worden. Kort geleden nog, op 19 september 2021, barstte de vulkaan Montaña Rajada (Tajogaite) gedurende bijna drie maanden uit. 

We hebben een rondrit over het eiland geboekt, maar voordat we daar aan beginnen een verrassing: onze vrienden Wia en Jelle uit Nederland zijn zojuist op het eiland aangekomen en willen ergens afspreken. Dat doen we uiteraard en even later kuieren we door de gezellige hoofd/winkelstraat van de hoofdstad en we drinken ergens wat op een terrasje. De sfeer is hier prima. Onze rondrit ’s middags voert ons naar de eerdergenoemde Caldera de Taburiente. Het is het hoogtepunt van dit zeer fraaie eiland. Ooit werd gedacht dat het een gigantische caldera of vulkaankrater was, maar nu weet men dat het een erosiekrater betreft, die het noordelijke gedeelte van het eiland domineert. De caldera heeft een doorsnede van ongeveer 10 kilometer en op sommige plekken torenen de wanden 2000 meter boven de calderabodem uit. Het hoogste punt is de Roque de los Muchachos op de noordwand met een hoogte van 2426 meter. Tegenover de Roque de Los Muchachos, op de zuidoostelijke kraterrand, ligt het uitzichtpunt La Cumbrecita met een fantastisch uitzicht op de caldera. We maken een korte wandeling door de bossen, langs steile wanden van de berg met steeds ongelooflijk mooie vergezichten. We rijden vervolgens langs de plek waar de dikke lavastroom over de weg kwam schuiven bij de vulkaanuitbarsting van 2021. We hadden dit ook op Hawaii gezien en voorlopig ligt dit grove dikke gruis er nog wel even!  Op de terugweg naar Santa Cruz de la Palma bezoeken we het kleine maar mooie kerkje Nuestra Senora de las Nieves. Het ligt even buiten de stad, aan een rustig intiem pleintje, waar je koffie kunt drinken. Een goede plek om even uit te blazen. Het kerkje is van binnen zeker de moeite waard.

Tenerife 

Eiland nummer vier voor ons is Tenerife. Tenerife is het grootste Canarische eiland en heeft ook de meeste inwoners van de eilandengroep. De twee belangrijkste steden op het eiland zijn Santa Cruz de Tenerife (een van de hoofdsteden) en San Cristóbal de La Laguna, dat op de Werelderfgoedlijst staat. Santa Cruz heeft 220.000 inwoners en La Laguna, dat er vrijwel aan vast ligt, een tiental kilometer westelijk, telt 150.000 inwoners. El Teide (3718 m), tevens vermeld op de Werelderfgoedlijst, is de hoogste berg van Spanje en ligt ongeveer in het midden van het eiland. Het eiland mag trots zijn op de mooiste natuur die je je kunt voorstellen: indrukwekkende vulkanen en adembenemende landschappen, bijna buitenaards, en imposante ravijnen en kliffen, uitzonderlijke ongerepte natuur. Er zijn een aantal juweeltjes van nationale parken: rond het vulkaanlandschap El Teide ligt een andere schat, het Parque Natural de la Corona Forestal (natuurreservaat), een weelderig Canarisch dennenbos dat zich in al zijn immensiteit uitstrekt over ravijnen en valleien. Je ervaart hier de intense kleuren, variërend van het groen van de pijnbomen, het blauw van de zee en de lucht, tot de donkere grijze tot zwarte tinten van de reusachtige vulkaan, een lust voor het oog. In het noorden van het eiland bevindt zich dan nog het Macizo de Anaga (het Anagamassief), één van de zeven biosfeerreservaten van de Canarische Eilanden en de habitat van laurierbossen die in het grootste gedeelte van de wereld al zijn uitgestorven. 

Het Parque Nacional del Teide (Nationaal Park El Teide), het meest bezochte van Europa, ligt rondom de vulkaan El Teide. Naast de indrukwekkende vulkaan kunnen we hier genieten van een van de meest adembenemende landschappen die we ooit hebben gezien. En dat wil wat zeggen met 50 gemaakte reizen. Overigens staan Bolivia, USA, Alaska, Namibië en Zuid-Afrika qua landschappen ook nog steeds hoog genoteerd. El Teide is één van de meest spectaculaire uitingen van vulkanisme in de wereld. Woorden schieten bijna tekort om het indrukwekkende panorama te beschrijven dat zich bijna vanaf de top voor onze ogen aftekent, een spectaculair uitzicht op de caldera, honderden kegels, lavastromen, grotten, rotsen. En niet te vergeten de rijke flora. We komen er door vanaf de bewolkte oostkust langzaam omhoog te klimmen totdat we letterlijk boven de wolken uitkomen en de Teide zichtbaar wordt. Wat een mooi moment. 

We bezoeken alle 3 de gebieden, inclusief de steden Santa Cruz en La Laguna. De goudgele stranden bevinden zich helemaal aan de zuidkant van het eiland. We zijn daar niet geweest. Tenerife is te groot om dit allemaal in 1 dag te doen en we moeten keuzes maken. 

Gran Canaria 

Gran Canaria is een vrijwel cirkelvormig eiland met een doorsnee van 50 kilometer. Aanvankelijk waren de bananen hier belangrijk, nu is het toerisme de belangrijkste inkomensbron. In het noordoosten ligt de (grote) stad Las Palmas, 600.000 inwoners en een van de tien grootste steden van Spanje. Naar het zuidoosten toe strekken zich de toeristenkolonies uit: veel appartementen, hotels en huisjes tegen de berghellingen aangeplakt in b.v. Puerto Rico en Puerto de Mogán in het zuidwesten, er is werkelijk geen stukje berg ongemoeid gelaten. Proppen maar, de euro’s regeren hier. In het eveneens zeer toeristische Maspalomas vind je daarnaast ook zandduinen, die enigszins de moeite waard zijn, maar die zeker niet uniek zijn (in de buurt vind je ze op het Kaap Verdische eiland Boa Vista en in de Sahara mooier). Je kunt er een korte wandeling maken tussen de vele mensen die er lopen. Wij vonden het een aardig eiland, maar nergens in uitblinken. De rondrit die we er gemaakt hebben bracht ons alleen naar Maspalomas en Puerto de Mogan en kon ons nauwelijks boeien. Misschien hebben we iets moois gemist, dan hebben we verkeerd gegokt. We vermoeden dat het centrum van het eiland wèl de moeite waard is. Voor ons had de rondrit langs de toeristenplaatsen  niet gehoeven, op Las Palmas na: een drukke grote stad met historie is altijd wel de moeite waard. 

Marokko 

Ook Marokko maakte op ons niet die indruk die we hadden verwacht. Misschien hebben we vooraf te veel gedacht aan onze mooie afwisselende rondreis door heel Marokko, 14 jaar daarvoor. Daar hebben we nog altijd hele goede herinneringen aan. Nu bezoeken we een klein stukje Marokko in het zuidwesten van het land. We leggen aan in Agadir. Agadir is een grote havenstad, en tevens een belangrijke badplaats, aan de Atlantische Oceaan. Op 29 februari 1960 werd de hele stad verwoest door twee niet eens zo heel sterke aardbevingen en de daarop volgende tsunami’s en branden. Er waren 15.000 doden. De stad werd opnieuw opgebouwd, iets ten zuiden van de vroegere stad. Er is vandaag de dag niets meer te merken van deze verwoestende ramp. Agadir komt op ons over als een zeer bedrijvige, maar ook moderne stad. Het toerisme is belangrijk voor de stad. Er zijn mooie zandstranden, even ten zuiden van de haven waar wij aankomen. Veel hotels, bars, restaurants en terrassen. Mooie wandelpromenades. Iets ten zuiden daarvan toch weer een Arabisch deel van de stad met de bekende Marokkaanse exotische sfeer. 

In niets doet dit alles René denken aan de stad die hij bijna 50 jaar geleden al eens bezocht. Agadir was toen in elk geval een heel stuk kleiner.  In Agadir kiezen wij niet voor een voor de hand liggende excursie naar Marrakesh of Essaouira – die steden hebben we al uitgebreid bekeken -, maar voor een toertje naar het nationaal park Souss Massa. Nationaal Park Souss-Massa is een 33.800 hectare groot nationaal park aan de Atlantische kust van Marokko. Het park is in 1991 opgericht en het ligt tussen de plaatsen Agadir in het noorden en Sidi Ifni in het zuiden. De noordgrens van het park is het gebied rond de rivier de Oued Souss en aan de zuidkant ligt de Oued Massa. Het gebied bestaat uit begraasde steppe met zandduinen, stranden en wetlands. De grondsoort is voornamelijk zand met daarnaast rotsige stukken.  Het park heeft drie van de vier Marokkaanse kolonies van de bedreigde noordelijke kale ibis. Tussen dit park en een vierde locatie in het nabijgelegen Tamri, heeft Marokko 95% van 's werelds wilde broedvogels van deze soort. De ibiskolonies en rustplaatsen bevinden zich op kustkliffen in het Nationaal Park, en de kuststeppen en velden worden gebruikt als foerageergebieden.    

De Oued Massa bevat het hele jaar door water en heeft broedende marmereenden, een bedreigde soort. Het is de enige bekende Marokkaanse broedplaats voor de glansibis. De twee rivieren, althans de trechtervormige mondingen er van zijn belangrijk voor trekvogels vooral steltlopers en meeuwen De trechtervormige mondingen er van, zijn belangrijk voor trekvogels, vooral steltlopers en meeuwen. De Europese lepelaar en de Audouins meeuw brengen de winter door in het park. Andere opmerkelijke broedvogelsoorten zijn de roodhalsnachtzwaluw, de dikbekleeuwerik, de Tristrams zanger en de Moussiers roodstaart. Souss-Massa heeft fokprogramma's voor vier bedreigde Noord-Afrikaanse dieren: de oryx, de addax, de dama gazelle en de dorcas gazelle. Het park is ook bezig met het herintroduceren van de struisvogel, die uitgestorven is ten noorden van de Sahara. Rijdend door het park, zijn we de drukte van Agadir al weer snel vergeten, Het lijkt op een Afrikaanse safari, met dat verschil dat we van wildlife niet veel hoeven te verwachten. We zien wel grote groepen gazellen en struisvogels. Het is wel aangenaam rijden door de droge steppe. Eenmaal bij zee aangekomen stoppen we bij Tifnit. Op het strand vind je de vissers en er ligt behoorlijk wat rommel, waardoor het er wat shabby uitziet. Even verderop zijn de uitgestrekte zandduinen. 

Lanzarote 

Lanzarote is het meeste oostelijke eiland van de Canarische eilanden. Het ligt ruim 100 kilometer van de kust van Marokko en is met 60 km lengte en 20 km breedte een middelgroot eiland. Tussen 1730 en1736 en in 1824 heeft een reeks vulkaanuitbarstingen plaatsgevonden, die het landschap van Lanzarote zoals dat vandaag de dag er uit ziet voor een groot deel gevormd hebben, althans rondom de vulkaan Timanfaya. Het landschap is grotendeels vrij kaal en zwart van het lavagruis. De bewoners bouwen, om landbouw toch nog enigszins mogelijk te maken, muurtjes om de gewassen heen die zowel de wind tegenhouden als het vocht opvangen. Door het landschap te bestrooien met lavazand wordt de vochtigheid van de omgeving opgevangen. Verder zijn er natuurlijk fraaie stranden, waar zich ook de toeristen bevinden. We lezen ergens dat Lanzarote vooral in trek is bij senioren buiten het seizoen, nou dan zitten we dus goed. Dat wisten we overigens al, want in 2003 hebben wij het eiland ook al eens bezocht. We hebben toen het hele eiland gezien, nu moesten wij ons noodgedwongen beperken tot enkele hoogtepunten.  

Absolute trekpleister is het nationale park Timanfaya. Het bestaat uit vulkaankraters en lavavelden die dateren uit de recentste periodes met uitbarstingen (1730-1736 en 1824). Staande op een nog bestaande magmakamer wordt toeristen op verschillende manieren getoond hoe heet het op geringe diepte onder de grond is. Grind op slechts 10 centimeter diepte kan niet in de hand worden gehouden omdat het te heet is. Op één meter diepte wordt een stuk stro tegen de hete steen gehouden zodat het stro spontaan ontbrandt. Wanneer een emmer water in een gat in de grond wordt gegoten, spuit dat er als stoom met grote kracht uit. Bij het restaurant is een put van ongeveer acht meter diep, waarop permanent gebarbecued kan worden. Dit is leuk voor de toeristen, maarabsoluut ‘stunning’  is een rit per bus (verplicht, de auto moet op de parkeerplaats achtergelaten worden). Dit landschap is absoluut onwerkelijk, onaards mooi. Het is eigenlijk met geen pen te beschrijven, dit moet je echt eens in je leven gezien hebben (het is onze tweede keer!!). We genieten volop en zijn onder de indruk dat zoveel moois kan bestaan. Vlakbij bevindt zich het El Diablo restaurant (1970), waarvan Cesar Manrique (zie hierna) een van de architecten is. Je hebt hier een panoramisch 360 graden uitzicht, en je kunt er lekker eten. Het duivel-icoontje dat je hier ziet is ook van de hand van Manrique. 

Een tweede trekpleister op het eiland zijn de kunstwerken van de genoemde kunstenaar/architect César Manrique (1919 – 1992). Hij heeft veel gedaan om het oorspronkelijke karakter van het eiland te behouden. Zo heeft hij het voor elkaar gekregen, dat alleen de traditionele kleuren groen, blauw en bruin zijn toegestaan voor deuren en kozijnen. De huizen mogen niet hoger zijn dan vier verdiepingen en moeten bovendien wit geschilderd zijn. Verder zijn grote reclame-uitingen verboden. Dit alles om het eiland zo veel mogelijk in oorspronkelijke staat te houden (in tegenstelling tot eilanden als Gran Canaria en Tenerife waar door massatoerisme veel "beton en neon" te vinden is).  Manrique organiseerde protesten tegen grootschalige nieuwbouw ten behoeve van het massatoerisme op het eiland in de jaren 80. Zijn beweegreden was zijn liefde voor het eiland. Manrique wilde niet dat de unieke cultuur en natuur werden beschadigd door massatoerisme en heeft dat ookdaadwerkelijk weten te voorkomen. De bevolking is h em hier zeer dankbaar voor. Direct in het oog springen zeven kunstwerken van Manrique genaamd "Juguetes del Viento" (speelgoed van de wind). Ze zijn onder andere bij het vliegveld en op de rotonde bij zijn voormaligehuis te vinden. In Fundación César Manrique, in zijn voormalige woning in Tahiche, wordt zijn werk tentoongesteld. Dit huis is onder de grond gebouwd. Je komt hem eigenlijk overal op het eiland tegen, tot aan de noordpunt toe. Daar vind je   uitzichtpunt Mirador del Rio, dat door Manrique in 1973 werdontworpen, dat 450 meter boven zee ligt en van waar je  uitzicht op de kliffen en zoutvlakten van de kust en het nabijgelegen eiland Graciosa hebt. Afgezien van Manrique’s inspanningen wordt het eilandsowieso ‘opgeleukt’  door kunstwerkjes overal en ziet het er overal ook schoon, strak en verzorgd uit.  

Lanzarote is een eiland naar ons hart. We bezoeken het wijngebied La Geria en daarna ook nog het groene kratermeer van El Golfo. Je loopt dicht langs een klifrand naar het meer, dat inderdaad prachtig groen is. Een topeiland, wat ons betreft. 

Tenerife Noord

Om bij La Gomera te kunnen komen moeten we weer langs Tenerife. We leggen er een dag en twee nachten aan. Dit geeft ons de gelegenheid om een andere kant van het eiland te bekijken, het noorden. Santa Cruz ligt deels aan zee en deels tegen de hellingen van de bergen aan. Een drukke stad. We rijden langs het Auditorio de Tenerife, ontworpen door Santiago Calatrava. Dit is een van de belangrijkste voorbeelden van de Spaanse hedendaagse architectuur, Calatrava tekende voor veel moderne architectuur, zoals wij b.v. ook in Valencia mochten zien. Het lijkt in de verte wat op het Opera House van Sydney, vinden wij. We rijden de stad uit en vrijwel onmiddellijk rijden we La Laguna binnen, een universiteitsstad met 153.000 inwoners. Het was de eerste stad op de Canarische eilanden. Het oude deel, het centrum, is dan ook honderden jaren oud. Met zijn koloniale architectuur, een recht-toe-recht-aan stratenplan en een fraai ruim voetgangersgebied is het een trekpleister van jewelste. Het is een Werelderfgoed site. 

Het is fijn wandelen door de stad, lekker rustig kuieren en alles goed bekijken. Het regent een beetje, voor het eerst eigenlijk. Dat doet het hier wel vaker en dat is de reden dat het noorden van Tenerife voor de toeristen/zonzoekers niet zo interessant is. Het zuiden is droger en zonniger en daar bevinden zich de toeristencentra. Na onzewandeling verlaten we de stad weer, op weg naar het Parque Rural Anaga. Het Anaga Rural Park is een beschermd natuurgebied in het Anaga-massief. Het werd in 2015 uitgeroepen tot biosfeerreservaat omdat het de thuisbasis is van het grootste aantal endemische soorten in Europa. Het beslaat het grootste deel van het noordoosten van Tenerife met een oppervlakte van 140 km², verspreid over 3 gemeenten: Santa Cruz de Tenerife, San Cristóbal de La Laguna en Tegueste.         

Er zijn 26 bewoonde nederzettingen in het park, goed voor 2500 mensen of minder dan 1% van de bevolking van de metropoolregio van Tenerife. Vanwege de isolatie en de teloorgang van traditionele activiteiten zoals landbouw, heeft het sinds de jaren 60 een aanzienlijke emigratie gekend. Hierdoor heeft het park veel van zijn charme kunnen behouden. De grootste nederzetting binnen de parkgrenzen is Taganana.                                     

Het Anaga Rural Park heeft een divers landschap en is van natuurlijk en cultureel belang. Het is een hoogland van bergen met scherpe pieken en diepe ravijnen. Vanwege de grote variatie in hoogte, van zeeniveau tot 1000 m, is er een verscheidenheid aan flora die elk op hun eigen hoogtebereik probeert te komen. Laurierbomen komen veel voor in de hooglanden, terwijl palmbomen en drakenbomen (Dracaena draco, endemisch voor de Canarische Eilanden) op lagere hoogten te vinden zijn. Het park is een speciale beschermingszone voor vogels, aangezien de bossen een belangrijke habitat zijn voor laurisilva-duiven. De rit door het park naar Taganana aan de noordkust en vandaar weer terug naar het einde van het park bij San Andres is onbeschrijfelijk mooi. Links en rechts, we komen ogen te kort, diepe ravijnen, hoge kliffen en rotsen, panoramische uitzichten waar je U tegen zegt. Na uren rijden bereiken we San Andres, waar we de ‘gewone’  weg weer volgen naar de haven van Santa Cruz.    

La Gomera 

La Gomera is, op El Hierro na, het kleinste van de bewoonde Canarische Eilanden. Anders dan de meeste andere eilanden heeft La Gomera nog steeds de aanblik van een agrarisch eiland; industrie is er weinig en het toerisme is kleinschalig van aard. De huidige bewoners waren voorheen merendeels boeren, maar meer en meer vinden zij werk in de groeiende toeristensector. Het leven op La Gomera wordt nog in zekere mate door tradities en oude gebruiken bepaald.                   

Het eiland heeft een ongeveer cirkelvormige omtrek. Het heeft een doorsnee van ongeveer 24 km en het hoogste punt is de 1487 meter hoge Garajonay. De vulkanische oorsprong is nog goed herkenbaar. Het eiland kent diepe ravijnen, barrancos genoemd, die bekleed zijn met laurisilva, jungleachtig regenwoud van laurierbomen. Dit alles maakt een rondrit over het eiland van een hele dag, die wij hebben geboekt, bijzonder indrukwekkend en avontuurlijk. Dit is genieten op zijn best.                                 

We rijden de hoofdstad San Sebastian uit en al snel komen we op de hoogvlakten. De hoogvlakten en dalen (de barranco's) zijn dichtbebost. Ze vormen het beschermde Nationaal park Garajonay, dat als wereldnatuurerfgoed erkend is door de UNESCO. Het is 40 km² groot en in het park groeien zo’n 450 plant- en boomsoorten. Centraal in het park ligt een oeroud laurierbos.                 

Het middengebergte vangt het vocht van de wolken van de passaatwind. De vegetatie in de koele lucht hoog op de berg is een soortenrijke jungle en vormt een sterk contrast met de begroeiing van de warme, zongeblakerde kliffen vlak boven zeeniveau. Tussen deze uitersten bevindt zich een boeiende variatie aan begroeiing. De Gomeranen hebben eeuwenlang de lagere niveaus op de hellingen in cultuur gebracht en hetwater gekanaliseerd voor bevloeiing van het land. Naast bananen en aardappelen worden ook tomaten en druiven verbouwd. Het eiland heeft een goed wegennet en alle gemeenten zijn met elkaar verbonden met lijnbussen, die op de Canarische Eilanden guagua worden genoemd.               

In de vlakke gebieden aan de kust overheersen zoals gezegd de bananenplantages. In het verleden was er meer landbouw dan tegenwoordig. De overvloedige neerslag in de wintermaanden was gunstig voor de teelt van gewassen die in het voorjaar werden geoogst. In de zestiger en zeventiger jaren van de twintigste eeuw trokken veel mensen naar de stad. Veel akkerland ligt nu braak. Sommige afgelegen dorpen zijn geheel verlaten. Wel vindt er nog wat wijnbouw plaats.                                                       

Veel toeristen bezoeken La Gomera voor één dag met een tocht vanaf Tenerife. Sommigen kiezen echter voor een langer verblijf op het eiland om de rust en om het landschap te kunnen verkennen. Er is geen massatoerisme. Het meest toeristisch is Valle Gran Rey, een samensmelting van enkele kleine badplaatsjes met zwarte zandstranden, als je dit al toeristisch kunt noemen.                 

Na onze start in het rustige hoofdstadje San Sebastian  bereiken we Valle Gran Rey na een boeiende tocht dwars over het bergachtige eiland. Valle Gran Rey is zoals gezegd een badplaats die is ontstaan uit enkele aan elkaar gegroeide dorpen. Het is er rustig en de sfeer is bijzonder aangenaam. We zien wat hippies, vroeger schijnen er hier meer gewoond te hebben dan nu. Er zijn aan het strand een aantal restaurants en barretjes naast elkaar, er voor loopt een kleine wandelpromenade. Het draagt allemaal bij aan een zeer relaxte sfeer. Hier willen wij wel veel langer zijn. De omgeving is bergachtig en je hebt hier vele fantastische uitzichten. De terugweg, met enkele stops, is weer één groot genieten.                 

Terug naar Gran Canaria 

We varen de volgende nacht terug van La Gomera naar Gran Canaria. Hier eindigt onze rondreis. Een reis die behoorlijk positief uitgepakt heeft. Van de eilanden hebben we behoorlijk veel te zien gekregen en het verblijf op deze eilanden was –mede door een lauwwarm winterzonnetje, 21 graden en slechts een enkele keer wat druppels regen- zeer aangenaam. Verrassend is misschien wel het juiste woord. En daar houden wij nu juist zo van tijdens het reizen: we laten ons graag verrassen. Dat is ruimschoots gebeurd op deze reis. Madeira, La Palma, La Gomera en Lanzarote, het enige eiland dat wij al eerder hebben bezocht, sprongen er wat ons betreft bovenuit. Maar Tenerife heeft  ons zeker ook overrompeld. Hopelijk keren we nog eens terug.                                        

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.