Reizen van Lione en René
(West) Frankrijk : Normandië en le Vendée
klik op de foto om te vergroten
Les Sables d ‘Olonne, we hadden er nog nooit van gehoord. Des te leuker is het als je er ineens onverwacht terecht komt. Les Sables-d'Olonne is een gemeente in het Franse departement Vendée (regio Pays de la Loire), in het zuidwesten van Frankrijk. De gemeente telt ruim 50.000 inwoners en ontstond door drie aan elkaar vastgegroeide kernen (Château-d'Olonne, Olonne-sur-Mer en Les Sables-d'Olonne) officieel bij elkaar te voegen tot één stad:
In de 17e eeuw was het één van de belangrijkste Franse havens voor de kabeljauwvangst. Tegen de 19e eeuw was de plaats economisch grotendeels tot stilstand gekomen. De opkomst van het toerisme in de tweede helft van de 19e eeuw bracht hier verandering in. Er werden een promenade en een jachthaven aangelegd. Ook werden er in de 19e eeuw luxe vakantieverblijven gebouwd. Tegenwoordig is het een badplaats van betekenis in Frankrijk.
Om te beginnen heeft het een bijzonder fraai strand langs de Atlantische Oceaan. Breed, heel breed. De bekende boulevard langs de kust met winkels, terrassen en een prachtig uitzicht over het grote strand (Grande Plage) heet le Remblai.Als je vervolgens naar het noorden wandelt kom je in La Chaume, van oorsprong een rotseiland. Dit is de oude wijk van de vissers en zeelui met lage, gekleurde huizen en kronkelende straten. Quartier de l'Île de Penotte is een schilderachtige, kleurrijke wijk waar de muren zijn versierd met prachtige mozaïeken gemaakt van zeeschelpen.
Langs de nabijgelegen binnenhaven bevinden zich café ’s en restaurants. Wat kun je er nog meer doen? Een boottocht maken door de zoutmoerassen (marais d'Olonne) bijvoorbeeld of wandelen en fietsen langs de kustpaden, de bossen van Olonne en ruige stranden zoals Plage de Sauveterre.
Watersport neemt hier ook een prominente plek in. Kortom, les Sables d’Olonne is een leuke badplaats, een vrij belangrijke badplaats in Frankrijk. Wij ontdekten deze plaats bij toeval, op zoek naar een villa met zwembad (doe maar duur!) om even twee weken bij te tanken. We hebben het naar onze zin gehad. Nu eens geen rondreis, maar we hebben wel een aantal interessante plekken onderweg aangedaan.
Het is eind september 2019. Het is prachtig weer in Nederland en in Frankrijk belooft het zelfs warm te worden, tegen de dertig graden. Dat is ook uitgekomen. De route loopt via de bekende weg: Gent, Kortijk, Lille, Arras, Rouen. Omdat we het rustig aan willen doen, maken we een overnachtingsstop in Rouen, waar we uiteindelijk bijna twee dagen zullen verblijven.
Rouen is de hoofdstad van Normandië. De stad ligt aan de Seine. Het is een van de belangrijkste havens van Frankrijk. De rivier de Seine doorsnijdt de stad. Het oude centrum ligt op de rechteroever (ten noorden van de Seine). Rouen heeft bijna 120.000 inwoners, de agglomeratie Rouen heeft er zelfs 530.000. Rouen is een zeer oude stad (Romeinse tijd) en kent een roerige geschiedenis. De bekende historische figuur Jeanne d’Arc werd op 30 mei 1431 ter dood gebracht op de brandstapel op de Place du Vieux-Marché in Rouen.
We slaan een heel stuk geschiedenis over. Dat Rouen een belangrijke stad was en afwisselend welvaart en slechte tijden kende blijkt wel uit het grote middeleeuwse centrum, dat overal historie ademt. In juni 1940 namen de Duitsers Rouen in. In de stad woedde ondertussen een inferno; de kathedraal stond in brand en in de wijk eromheen gingen prachtige vakwerkhuizen in vlammen op. Tussen 1941 en 1942 werd de stad regelmatig gebombardeerd door Britse bommenwerpers; de schade was telkens aanzienlijk. In de nacht van 18 op 19 april van 1944 werd het centrum van de stad opnieuw getroffen door zo'n 350 zware bommen. Er woedde een nieuwe brand waarbij honderden burgerslachtoffers vielen en meer dan 500 gebouwen werden verwoest. Nauwelijks een maand later, op 30 mei 1944, werd de stad opnieuw zwaar gebombardeerd. De kathedraal viel weer ten prooi aan de vlammen en de architecturale schade was groot. De kathedraal kon gered worden maar de kerk van Saint-Maclou werd in de as gelegd. Het mag verbazing wekken dat de stad er vandaag de dag relatief zo goed bij ligt.
We wandelen een hele dag door de stad. Vooral de fraaie vakwerkhuizen vallen op. Het is fascinerend om door zoveel ‘middeleeuwen’ te wandelen. Rouen is echter zeker geen openluchtmuseum; het is een levendige studentenstad met gezellige terrassen. De schilderachtige straatjes zoals Rue Eau-de-Robec en Rue Damiette zitten vol met lokale boetieks, wijnbars en uitstekende bistro's. Verder zijn noemenswaardig de kathedraal Notre-Dame, de Place du Vieux-Marché en de Gros Horloge.
Vlak in het centrum van Rouen staat de kathedraal, die is gebouwd in gotische stijl. De bouw ervan begon in de 12e eeuw (1145). In 1200 werd de kathedraal in aanbouw door een felle brand volledig verwoest, en moest men opnieuw beginnen. De kathedraal werd pas in de 16e eeuw voltooid, onder leiding van bouwmeester Roland Leroux. De indrukwekkende centrale toren heeft een gietijzeren spits uit 1876 die de oorspronkelijke houten spits van 1544 vervangt. De torenspits is met zijn 151 m de tweede hoogste van Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kathedraal zwaar beschadigd door bombardementen; de restauratie liep door tot ver in de 21e eeuw.
Rond het oude marktplein staan vakwerkhuizen, en in het midden staan de overdekte markthallen en de moderne Sint-Jeanne d'Arc-kerk. In de middeleeuwen diende deze marktplaats ook als terechtstellingsruimte voor misdadigers en andere veroordeelden. Op dit plein werd Jeanne d'Arc op 30 mei 1431 op de brandstapel gezet. Het Kruis van de Rehabilitatie, is een nationaal monument ter ere van de Franse volksheldin en martelares en staat ook op de Vieux-Marché. Ten slotte staat bij het plein het kleine museum, le Musée de Souvenir, dat volledig in het teken van Jeanne d'Arc staat.
Le Gros Horloge is een van de markant punten in Rouen. Het bestaat in feite uit een grote poortboog die de Rue du Gros-Horloge volledig overspant, met een uurwerk aan de voorzijde. De poort verschaft toegang tot de Place-du-Vieux-Marché. Het uurwerk heeft een mechaniek uit de 15e eeuw. Het geheel wordt bekroond met dakvensters en een paviljoen.
Na een lange wandeling door deze mooie stad gaan we terug naar ons hotel in een buitenwijk en de volgende dag rijden we verder naar onze eindbestemming. Op de terugweg doen we de kust van Normandië aan.
Etretat is een piepklein plaatsje, maar wel een leuk plaatsje. Het heeft ruim 1000 inwoners, maar het aantal toeristen zal hier het aantal inwoners vaak overstijden. Etratat ligt aan een fraaie kliffenkust. Een van de mooiste kliffen is L'aiguille, een uitstekende krijtrots. Verder heeft hetdorpje een mooi strand en aan de andere kant van het dorp liggen Les Jardins d'Étretat, een experimentele, kunstzinnige tuin op een klif. Een ode aan Claude Monet.
Dat hebben we uiteraard bezocht en natuurlijk hebben we op het strand en omgeving de nodige foto’s gemaakt. We overnachten in de buurt van Yport, even noordelijker, gelegen aan een wederom fraaie krijtrotsenkust. Over de terugweg valt niets bijzonders te vertellen, of het moest de brug over de Seinemonding zijn tussen Le Havre en Bonfleur, de Pont de Normandie. Ruim 2 kilometer lang en een bijzonderheid om hier over heen te rijden.
Al met al een geslaagd reisje.


























